Zaterdag was ik in een tuincentrum en daar zag ik tot mijn verbazing klimop te koop. Nou ken ik klimop vooral als een soort onkruid dat muren en schuttingen aantast en dat overal groeit. Vroeger plukte we altijd klimop voor onze wandelende takken. In een tuincentrum heet klimop dus Hedera. We liepen lachend langs de klimop en kochten wat vrolijke viooltjes voor in de tuin.

 

Geocachen

De naam van klimop was ik eigenlijk al weer vergeten totdat ik vandaag aan het geocachen was. In de hint stond dat de geocache verstopt lag achter de hedera. Hé, dat woord ken ik! Ik zag de klimop weer voor me uit dat tuincentrum. Dat waren schattige kleine stekjes. Deze plek waar ik nu was, was totaal overgroeid met klimop. De grond, de bomen, de schutting. Alles was groen van de klimop. En achter de hedera lag inderdaad een klein doosje met een boekje waar ik mijn naam ingezet hebt. Zo weer een smiley in mijn geocache-app erbij!

 

Van passief naar actief

Dit – voor mij – nieuwe woord voor klimop was duidelijk blijven hangen in mijn hoofd. Toch zat het nog niet bij mijn actieve woordenschat (voor deze blog heb ik het toch nog even gegoogled) Ik herkende het woord en wist nog wat het was, maar zou het woord niet zelf kunnen gebruiken. Om een woord echt te leren is het goed om dit woord in heel veel verschillende contexten te gebruiken. Als ik het woord zie/gebruik in het tuincentrum, tijdens het geocachen, op mijn blog en in een gesprek met mijn vriend heb ik het woord al 4x gebruikt. Stel dat ik volgende week nog iets lees op internet over het snoeien van een hedera, een kruiswoordpuzzel maak waarin de hedera wordt gezocht en een collega hoor praten over de bijzondere spin die zij tegen kwam in haar hedera.. Dan heb ik het woord in 7 verschillende contexten gehoord en is de kans groot dat het een woord is wat ik zelf ook zal gaan gebruiken

Zo leren kinderen ook nieuwe woorden. Het kan zijn dat ze woorden eerst vaag herkennen, of zich nog herinneren in welke context dat woord werd gebruikt maar niet meer weten wat het precies betekent. Als je het woord maar vaak genoeg gebruikt in heel veel verschillende situaties dan heeft het kind de kans om het woord zich echt eigen te maken. Het is daarbij belangrijk dat het woord ook in de actieve woordenschat terecht komt zodat de woordenschat van dit kind ook verrijkt kan worden en het kind zich steeds beter kan uitdrukken.

Yellow klei

In de klas heb ik nu een meisje die de kleuren actief in het Engels kent. Haar ouders zijn Nederlands en voor zover ik weet wordt er thuis gewoon Nederlands gesproken. De kleuren herkent ze wel als ik ze noem, ze pakt een rood potlood en een groene schaar als ik dat vraag. De kleuren zitten dus wel in haar passieve woordenschat. Maar zelf hoor ik haar praten over de yellow klei en de green stift. Af en toe ontstaan er zelfs misverstanden met klasgenootjes die het Engels niet machtig zijn. De komende weken gaan we dus werken aan de kleuren in haar actieve woordenschat.

Woordenschat: actief vs passief
Getagd op:                            

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.